Integratie van onderwijs en praktijk

Land Use Planning Group
  Education
  BSc thesis
  MSc thesis
  Thesis showcase
  Integratie van onderwijs en praktijk
  Research
  Publications
  Organisation
  Staff
  Contact details
  ESPI

Samen leren: de integratie van onderwijs en planningspraktijk

De leerstoelgroep landgebruiksplanning streeft nadrukkelijk naar het integreren van vraagstukken uit de praktijk in de verschillende onderwijselementen. Studenten die een MSc of BSc Thesis gaan doen hebben hiervoor uiteraard allerlei mogelijkheden.

Daarnaast worden ook practica, studio’s en het atelier gekoppeld aan concrete vraagstukken uit de praktijk. Door deze werkwijze ontstaat een dynamische samenwerking waar zowel studenten, opdrachtgevers als andere partijen die bij het proces betrokken zijn veel van kunnen leren.

 

Interessant en relevant voor studenten

In ons onderwijs willen wij de studenten laten leren aan de hand van actuele en realistische vraagstukken. Daarvoor biedt samenwerking met externe opdrachtgevers, zoals gemeenten, provincies of adviesbureaus een uitstekende mogelijkheid. Deze externe organisaties kunnen de studenten een actueel overzicht geven van ruimtelijke vraagstukken en de organisatie van de planningsprocessen.

Doordat de studenten met een reëel vraagstuk aan de gang gaan, krijgen ze een veel beter inzicht in de gang van zaken in de praktijk. Zo is bijvoorbeeld de complexiteit die ontstaat doordat verschillende betrokken anders tegen bepaalde zaken aan kijken en hun eigen politieke agenda hebben iets wat bij elk planningsproces een belangrijke rol speelt, maar ook iets wat je in niet een onderwijs situatie kunt simuleren. De praktijk is hiervoor dus de beste leerschool. Tijdens deze projecten zorgen de docenten ervoor dat er een wisselwerking ontstaat tussen theorie en praktijk. De theorie helpt bij het inzicht krijgen in de praktijk en het zoeken naar passende antwoorden op de vragen van de opdrachtgever, terwijl de praktijk helpt om beter inzicht te krijgen in de betekenis en relevante van bepaalde theorieën.  

Tenslotte geeft het natuurlijk een erg goed gevoel als een opdrachtgever ook daadwerkelijk aan de slag gaat met de resultaten van het werk dat je tijdens het practicum hebt gedaan.

 

... en interessant en relevant voor opdrachtgevers

Voor externe opdrachtgevers is deze wijze van onderwijs erg interessant omdat het voor hen de mogelijkheid biedt om mensen met een frisse blik op de gang van zaken te laten reflecteren. Centraal staat de wil om te leren. Dit kan door open te staan voor nieuwe inzichten en verfrissende ideeën, maar ook voor kritiek. Het onderwijs moet worden gezien als een unieke mogelijkheid om via de analyse en aanbevelingen van studenten een reflectie op de huidige gang van zaken te krijgen. Een mogelijkheid om je een spiegel voor te laten houden. Dit levert niet altijd pasklare oplossingen op en het kan soms confronterend zijn, maar het helpt wel om de context van het vraagstuk waaraan wordt gewerkt helder te krijgen. Vandaar uit kan vervolgens worden nagedacht over alternatieve oplossingsrichtingen. Oplossingsrichtingen die eerder buiten beschouwing waren, maar die uiteindelijk wel een stuk realistischer zijn.

Het belangrijkste is dat dergelijke projecten niet alleen leerzaam zijn voor de studenten, maar ook voor de opdrachtgevers.

 

Wilt u meer informatie of bent u benieuwd naar de mogelijkheden neem dan contact op met Raoul Beunen of Gerrit Kleinrensink



Voorbeelden van samenwerkingsprojecten:

De toekomst van de landbouw in West Friesland


Links: planologiestudent Jonas van Duijvenbode presenteert het eindresultaat van projectgroep "SWOT" aan de opdrachtgevers en belangstellenden.
Rechts: eerste slide van de eindpresentatie die u kunt downloaden.

De landbouw is in West Friesland de belangrijkste economische pijler. Om haar posititie nationaal en internationaal te kunnen handhaven en waar mogelijk te verbeteren denkt LTO Noord- afdeling West-Friesland namens haar leden na over ontwikkelingen op lange termijn en de noodzakelijke maatregelen en investeringen voor de korte termijn.
De LTO is bezig met het opstellen van een toekomstvisie voor het werkgebied voor de periode 2010-2020 met een doorkijk naar 2040. De visie is van belang voor het aangeven van het (ruimtelijk) kader waarbinnen de agrarische sector zich gaat ontwikkelen (waar, wat, in welke mate). In dat verband heeft LTO aan studenten van de specialisatie Ruimtelijke Planning van Wageningen Universiteit gevraagd te komen met een nieuwe verfrissende kijk op de mogelijkheden die het gebied.  
In het kader van het 3ejaars vak Studio Stategische planning hebben twee projectgroepen gewerkt aan deze opdracht. Beide groepen hebben een integraal strategisch plan ontwikkeld dat bestaat uit enkele integrale ruimtelijke scenario's en ruimtelijke modellen voor de lange termijn (25-30 jaar) voor het studiegebied en een daarmee samenhangend pakket concrete maatregelen voor de korte termijn. Het pakket maatregelen biedt oplossingen voor enkele belangrijke strategische vraagstukken en beslissingen op regionale schaal waar de provincie, gemeenten en LTO op dit moment mee worstelen.



Toekomstverkenning Petten


 De Hondsbossche Zeeweringen bij het dorpje Petten is een zwakke schakel in de Nederlandse kustverdediging. Deze plek moet op niet al te lange termijn worden versterkt, bij voorkeur door middel van zandsuppletie. Door zandsuppletie ontstaat voor de kust van het dorp Petten een nieuw strand en dat brengt voor de gemeente Zijpe en in het bijzonder voor het dorp Petten nieuwe kansen met zich mee. Maar waar moet je dan aan denken? Hoe kijken de bewoners aan tegen deze ontwikkelingen en wat zijn eigenlijk hun wensen voor de toekomst van het dorp? Dergelijke vragen waren voor de gemeente Zijpe aanleiding om dit vraagstuk als een onderzoeksproject in te brengen in de Werkplaats Noord-Holland Noord  De Werkplaats Noord-Holland Noord heeft vervolgens een groep eerstejaars planologiestudenten van Wageningen Universiteit, opleiding Landschapsarchitectuur en ruimtelijke planning, gevraagd om een bijdrage te leveren aan dit project.


Klik hier voor boekje: Toekomstverkenning Petten



Dorpsvernieuwingsplan voor Sint Pancras.

In het kader van het vak Theorie & Methodologie van Ruimtelijke Planning hebben studenten van de bachelor opleiding Landschapsarchitectuur en Ruimtelijke Planning een plan van aanpak gemaakt voor het opstellen en realiseren van een dorpsvernieuwingsplan voor Sint Pancras.
Deze opdracht is in het kader van een werkplaatsproject uitgevoerd voor de gemeente Langedijk. In deze werkplaats zijn de provincie Noord-Holland, Primo NH, en diverse andere onderwijsinstellingen betrokken.
 
Het resultaat van het project is het boekje 9 stappen naar een prachtig Sint Pancras. Dit boekje is een mooie illustratie van de insteek die in ons onderwijs centraal staat, namelijk het leggen van een link tussen het gebruik van de ruimte en de organisatie van de planningsprocessen waarin wordt nagedacht en besloten over dit ruimtegebruik. Belangrijke thema’s daarbij zijn creatieve manieren om na te denken over het toekomstig ruimtegebruik en nieuwe vormen van planvorming, waarbij niet alleen overheden, maar ook allerlei private organisaties  en burgers een belangrijke rol spelen.

Studenten Ruimtelijke Planning gaan op een weblog stukken schrijven over communicatie en participatie binnen planprocessen. De aanleiding hiervoor is het project dat de studenten in 2008 hebben uitgevoerd voor de gemeente Langedijk. Ze gaan nu het proces verder volgen, om inzicht te krijgen in de praktijk van een planproces. Kijk voor de weblog op http://www.academie-nhn.nl/



De leefbaarheid van de dorpen Wissekerke en Vrouwenpolder.



De leerstoelgroep Landgebruiksplanning is door de gemeente Noord-Beveland en het Edudelta College uit Goes gevraagd om een advies te geven over de ruimtelijke organisatie van de gebieden Wissekerke en Vrouwenpolder. Deze dorpen kampen met leefbaarheidproblemen zoals het verdwijnen van voorzieningen en leegloop. Tegelijkertijd zijn er in de directe omgeving grootschalige recreatievoorzieningen, zoals diverse bungalowparken te vinden die wellicht mogelijkheden bieden om iets aan de genoemde problematiek te doen.
Studenten van de bachelor opleiding Landschapsarchitectuur en Ruimtelijke Planning zijn in het kader van "Studio Landschapsarchitectuur & Ruimtelijke Planning - specialisatie Ruimtelijke Planning"  (studiefase: eind van het eerste jaar), met deze opgave belast. 
Ze hebben onderzoek gedaan naar de sociaal- en fysiek-ruimtelijke organisatie van het gebied en naar de bestaande perspectieven en visies. Daarbij hebben ze enerzijds gebruik gemaakt van kaartmateriaal en literatuur zoals  bestaande plannen, beleidsdocumenten, internetbronnen, krantenberichten e.d.
Anderzijds hebben de inzichten die ze gedurende het meerdaagse verblijf in het gebied hebben opgedaan tijdens de vele gesprekken met vertegenwoordigers van organisaties en inwoners, een hele belangrijke rol gespeeld bij de planvorming.
De studenten hebben ontdekt dat de visie van bestuurders op het gebied in lang niet alle opzichten overeenkomt met de problemen en wensen die  bijvoorbeeld inwoners hebben ten aanzien van hun leefomgeving.
Na een grondige analyse, hebben ze de conclusie getrokken dat het gebied niet is gebaat bij een versnipperde aanpak, maar dat een samenhangende ruimtelijke ontwikkeling op regionale schaal van essentieel belang is voor het in stand houden en ontwikkelen van de leefbaarheid van de afzonderlijke dorpen en deelgebieden op lange termijn.
Tijdens een afsluitend evenement in het studiegebied hebben de studenten een strategisch plan voor de regio op langere termijn en een pakket van concrete maatregelen voor de korte termijn op locale schaal gepresenteerd aan bestuurders en andere belangstellenden.

Het resultaat van dit project is uitgebracht in het boekje "Samenwerken, kernen versterken"


Wageninse studenten adviseren de provincie Groningen over gebiedsontwikkeling en samenwerking met burgers en ondernemers in de Veenkoloniën


 

De provincie Groningen wil via ruimtelijke maatregelen het gebied de Veenkolonien een sociaal-economische impuls geven. Een belangrijke aspect daarbij is het stimuleren van burgers en ondernemers om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het gebied. De provincie heeft studenten van Wageningen Universiteit gevraagd om hiervoor een plan van aanpak te schrijven.

 

Het plan van aanpak is gemaakt in het kader van het vak Spatial Planning Theory and Methodology. In de periode september – oktober hebben 50 studenten in 10 verschillende teams onderzoek gedaan naar de planvorming in de Veenkoloniën en naar de mogelijkheden om burgers en ondernemers actief te betrekken bij de gebiedsontwikkeling. Op basis van gesprekken, interviews en enquêtes met mensen uit het gebied hebben de studenten een beeld gevormd van de huidige situatie in het gebied. Daarna heeft elke team aan de hand van beleidsdocumenten, gastcolleges van experts en de leerstof van het vak een plan van aanpak geschreven. Aan het einde van de onderwijsperiode heeft een team van 6 studenten een synthese gemaakt van alle ideeën en dit aangeboden aan de provincie Groningen.

 

De studenten adviseren om te beginnen met een degen gebieds- en probleemanalyse en het in kaart brengen van de belangrijkste trends die het gebied beïnvloeden. Vervolgens kan samen met de betrokken partijen nagedacht worden over de gewenste situatie en over hoe deze bereikt kan worden. Door de belanghebbenden vanaf de visievorming te betrekken, worden ze eigenaar van het probleem, de oplossing en het proces.  Ze kunnen zich identificeren met de problemen en de oplossingen doordat ze hun eigen verhaal voor het gebied geschreven hebben. Hierdoor zijn ze gemotiveerd om mee te werken aan de uitvoering van de maatregelen.

Een belangrijke stap is het benoemen van werkgroepen waarin de verschillende probleemeigenaren samen met andere betrokkenen een stap zetten richting de gewenste oplossing. Het plan van aanpak vraagt wel vertrouwen van de Provincie in de belanghebbenden. Ze moet er op vertrouwen dat ieder van hen een bijdrage kan leveren. Waar nodig kunnen mensen ondersteund worden door experts. Door een dergelijke aanpak worden mensen actief betrokken bij het project en worden ze mede verantwoordelijk voor de verdere gebiedsontwikkeling.

Het rapport: "plan van aanpakken!"
 



 
  
Print this page